Lees hier elke maand een verhaal rechtstreeks uit het ooievaarsdorp, mét een (foto)wedstrijd, quiz of prijsvraag.

14-10-2020 door Vladlena Berezhnaia

De ooievaarstrek

Eindelijk kwam de herfst naar Nederland. Hoe minder zon je ziet, hoe minder ooievaars je ziet. Half augustus gingen onze vogels op weg naar warmere landen en we hopen dat ze een veilige reis hebben! Deze trekdrang alsmede de route zijn grotendeels aangeboren en ingegeven doordat er in de winterperiode voor de ooievaars weinig voedsel voorradig is.

Grote groepen ooievaars verzamelen zich tijdens augustus en soms september in ons land, om vervolgens gezamenlijk op trek te gaan. Daar zitten niet alleen Hollandse ooievaars bij, ook Duitse en Deense ooievaars zoeken hier in Nederland aansluiting in weilanden. Hier eten ze en rusten ze uit, om zo voldoende energie op te slaan voor hun lange tocht naar het zonnige zuiden. Tientallen tot wel honderden ooievaars verzamelen zich, om in elkaars gezelschap aan de lange reis te beginnen. Martijn Beukers legde één van deze zwermen vast:

De weg naar het Zuiden is niet gemakkelijk omdat het erg lang en vermoeiend is. Ooievaars zijn van nature thermiekvliegers; dat wil zeggen dat ze, net als zweefvliegtuigen, gebruik maken van de opstijgende warme lucht (thermiek). Grotendeels zwevend bereiken ze de Middellandse Zee. Wanneer ze de hele afstand van 4000-5000 kilometer naar Afrika vliegend zouden moeten afleggen, dan zou dat zoveel energie kosten, dat ze het niet zouden halen. Omdat boven water geen thermiek is, vormt het oversteken van grote wateroppervlaktes, zoals de Middellandse Zee, een groot probleem. Daarom maken de meeste ooievaars via de rots van Gibraltar (de westelijke trekroute) of de Bosporus (de oostelijke trekroute) de oversteek naar Afrika. Ze kiezen zo de route waarin de afstand over water zo klein mogelijk is.

Nog even oefenen voor een lange reis

Onze ooievaars volgen hierbij de westelijke trekroute welke via Frankrijk, Spanje uiteindelijk naar west Afrika loopt. Sinds enkele decennia overwintert een groot aantal ooievaars in Midden- en Zuid-Spanje. Hier vinden ze voedsel op de grote open vuilnisbelten en zolang er eten is beginnen ze niet aan de gevaarlijke overtocht naar Afrika.

De tocht naar het Zuiden, die in grote groepen wordt gemaakt, duurt acht tot vijftien weken. Als de weersomstandigheden gunstig zijn, kunnen de dieren 150-300 kilometer per dag afleggen. Ze kunnen 7 tot 8 uur vliegen per dag met een maximale afstand van 500 kilometer afleggen.

De vliegroutes van de ooievaars worden goed in de gaten gehouden. De meeste van de in Nederland geboren ooievaars krijgen een ring met een nummer om een poot. Dit nummer staat drie keer op de ring, zodat het van alle kanten afgelezen kan worden. Bij het vogeltrekstation en bij het ooievaarsproject worden deze nummers geregistreerd, samen met geboorteplaats en -datum. De Zegveldse ooievaarsjongen van dit jaar zijn niet geringd omdat het niet precies bekend is waar de ouders vandaan komen.

De laatste jaren wordt gebruik gemaakt van een online registratiesysteem, dat ‘Nestkaart Ooievaar’ heet. Ook de meldingen van mensen uit het buitenland die de ooievaar met dit nummer hebben gezien worden hieraan toegevoegd. Op deze manier weten we precies welke route een vogel neemt en waar de vogel broedt, hoe oud hij wordt en hoe lang hij erover doet om bijvoorbeeld in Afrika aan te komen. Zelf een kijkje nemen? Ga naar http://www.vogeltrekatlas.nl/soortzoek2.html?-0-Ooievaar-Totaal.

Maar zullen onze vogels terug komen op ons station? Er is een kans! De oude vogels keren het volgend jaar meestal naar hetzelfde nest en dezelfde partner terug. De jonge vogels keren pas na 2 jaar, als ze volwassen zijn, terug naar Europa. Waar ze terecht komen hangt af van hun partnerkeuze. Dankzij een goed Europees ringonderzoek wordt duidelijk dat “onze” jongen in heel Europa tot broeden komen. In de omgeving melden zich regelmatig ook buitenlandse wilde vogels die zich vermengen met “onze” vogels.

Waarschijnlijk zien sommigen van jullie nog ooievaars in de omgeving. Sommige oudere ooievaars overwinteren namelijk in ons land. Maar vooral in deze tijd van het jaar zijn de meeste vogels al weg. Het is een beetje triest om lege nesten op ons station te zien. Maar geen zorgen, we zullen de ooivaars in februari/maart alweer terug.

Vaarwel, ooievaars! Wij zullen thuis op jullie wachten.

Laten we ondertussen nog wat meer interessante vogels leren kennen die hier leven. De volgende keer stellen we je voor aan … een eend. Maar dan wel een heel ongewone en grote eend!

Elke maand vindt u/jij op deze plaats een prijsvraag, quiz of fotowedstrijd. Deze keer hebben wij een fotowedstrijd voor jullie!

Stuur ons uw/jouw laatste foto’s van de ooievaars! Laten we een galerij maken van de ooievaars om ze niet te vergeten. De beste foto krijgt een plaatsje op het station en voor de winnaar staat een echte ooievaarsdorpmok klaar! Perfect voor een warme chocolademelk of andere warme drank op een koude herfstdag! Stuur uw/jouw foto uiterlijk 21 november naar info@ooievaarszegveld.nl

Het antwoord van de rebus van vorige maand was: ‘Een andere naam voor de oud-Hollandse kuifeend is de koningseend’. Niels Beukers (10 jaar) won de Donald Duck pocket!

22-08-2020 door Daniël van Draanen

Een vreemde eend in de bijt

Welk dier is uw favoriet in het ooievaarsdorp? Misschien vallen de vogels die er rondscharrelen, vliegen of zwemmen u nauwelijks meer op, maar toch zijn het stuk voor stuk vogels uit verre oorden of met een bijzonder verhaal. Deze keer richten we het vizier op één van deze vreemde vogels: een vrolijk kwakende witte eend met een trotse pluim op zijn kop, oftewel: de oud-Hollandse kuifeend.

Foto: Daniël van Draanen

U heeft de uitdrukking ‘een vreemde eend in de bijt’ vast weleens gehoord. Het is een aanduiding voor een onbekende in een gezelschap of voor iemand die niet zo goed in de groep past. De uitdrukking is al meer dan een eeuw oud. Hoe men bij dat gezegde kwam? Een ‘bijt’ is een gat dat doelbewust door mensen in het ijs wordt gemaakt (dus geen wak), bijvoorbeeld om in te vissen. Als het hard vroor, was een bijt soms het enige stukje open water dat watervogels konden vinden. Er zaten dan veel verschillende dieren bij elkaar, zowel veel voorkomende watervogels zoals wilde eenden ganzen en meerkoeten, maar soms ook minder bekende exemplaren.

In het ooievaarsdorp zijn alle dieren min of meer exotisch, en de kans dat de oud-Hollandse kuifeend in een gat in het ijs terecht komt, is ook erg klein, maar toch mag het dier best een vreemde eend in de bijt genoemd worden. De oud-Hollandse kuifeend is één van de oudste Nederlandse pluimveerassen, maar van oorsprong komt ‘ie waarschijnlijk helemaal van het Indonesische eiland Bali. Het verhaal gaat dat Bali-eenden (die ook een kuif hebben) eeuwen geleden op een schip meekwamen naar Nederland  en dat ze daar met plaatselijke eenden werden gekruist. Zelfs de beroemde kunstschilder Jan Steen was onder de indruk; kijk maar eens op onderstaand schilderij!

Schilderij:’ Hoenderhof’ door Jan Steen

Net zoals de korte pootjes van een teckel, is de kuif van de oud-Hollandse kuifeend eigenlijk een afwijking. De bobbel met veren boven op zijn kop is het resultaat van een foutje in een gen. Als dit foutje eenmalig keer in het DNA voorkomt, hebben kuifeenden hier verder geen last van. Mensen vonden de kuif mooi en kwekers probeerden deze eigenschap dus in stand te houden. De oud-Hollandse kuifeend werd zelfs door ons koningshuis gehouden, bij paleis Het Loo. Misschien heeft hij daar zijn bijnamen ‘koningseend’, ‘krooneend’ of ‘keizerseend’ wel aan te danken! (Hoewel het ook zo zou kunnen dat hij zo werd genoemd om het majesteitelijke kuifje op zijn kop).

Het kuifje van de eend is niet alleen mooi, maar soms ook handig! In de 19e eeuw, toen men veel leefde van wat de omgeving te bieden had, maakte de opa van mede-oprichter van het ooievaarsdorp Jaap Wansinck hier handig gebruik van. Hij was jager en jaagde op eenden voor op de versmarkt in Amsterdam. Vanuit een hut op een eilandje in de Nieuwkoopse Plassen probeerde hij zijn buit te vangen. Rondom de hut zaten aan touwtjes oud-Hollandse kuifeenden die hij als lokeenden gebruikte. Als de lokeenden kwaakten, kwamen er meerdere wilde eenden op af, die hij dan met één schot kon raken (kruit en kogels waren duur!). De lokeenden wilde hij natuurlijk sparen, maar die kon hij goed onderscheiden door zijn markante kuifje. De oud-Hollandse kuifeend bleef zo mooi buiten schot.

Foto: Thomas van Dam (@natuurfotos_van_dam)

Tegenwoordig wordt de oud-Hollandse kuifeend vooral door hobbyisten of door kinderboerderijen gehouden. In het wild komt de eend nauwelijks voor, dus het is bijzonder dat hij bij het ooievaarsdorp wel te zien is! Misschien uw nieuwe favoriete dier bij het ooievaarsdorp…?

Elke maand vindt u/jij op deze plaats een prijsvraag, quiz of fotowedstrijd. Deze keer een rebus!

Los de rebus uiterlijk 26 september op en stuur het antwoord naar info@ooievaarszegveld.nl of schrijf de oplossing stop deze door de brievenbus bij Dorpsstraat 8. Onder de juiste inzenders verloten we een Donald Duck pocket! De Zegveldse Vladlena won vorige maand de prijsvraag met een aantal mooie ideeën voor het ooivaarsstation.

Volgende maand kunt u op deze plaats weer een nieuw verhaal lezen, rechtstreeks uit het ooievaarsdorp. Het thema volgende keer: ‘De ooievaarstrek’. Tot de volgende keer!

18-07-2020 door Daniël van Draanen

Te water en te lucht

Er is weer veel gebeurd in het ooievaarsdorp! Zoveel, dat we het geplande achtergrondverhaal over de ‘vreemde eend in de bijt’ nog even een maandje uitstellen. Allereerst hebben we iets te vieren: het zwarte zwanenkoppel bij de brug heeft kleintjes gekregen! Begin juli kropen vier lichtgrijze donsballetjes uit het ei. Inmiddels dobberen de kleine zwaantjes overdag vrolijk met hun ouders op het water, en ’s avonds kruipen ze warm onder moeders veren in het nest.

Foto: Thomas van Dam (@natuurfotos_van_dam)

De kersverse ouders hebben tijdens het broeden goed op hun eieren gepast. Wekenlang bewaakten de zwanen het nest met verve tegen mogelijke indringers. Eenden die te dicht in de buurt kwamen konden rekenen op een flinke knauw; zelfs schoenen van bezoekers waren het doelwit van de snavel van de vaderzwaan. Ook nu nog, zolang de zwaantjes nog klein en kwetsbaar zijn, blijft het ouderpaar op zijn hoede. Kwalijk kun je het de zwanen niet nemen; ze hebben alles over voor hun kroost. Voor de zekerheid heeft één van onze vrijwilligers daarom de brug aan de kant van de zwanen voorzien van fijn gaas. Dat geeft voor zowel mens als dier wat meer rust in deze kraamtijd.

Foto: Thomas van Dam (@natuurfotos_van_dam)

Misschien heeft u ook de bordjes al gezien: voer de zwaantjes géén brood! Vorig jaar redde het broedsel van de zwanen het niet, mogelijk doordat de kleine zwaantjes te veel brood binnen kregen. Veel brood eten kan bij zwanen voor gezondheidsproblemen zorgen, zoals het dichtslibben van hun aders. Voor de groei en gezondheid van de jonge zwaantjes is het belangrijk dat ze een gezond dieet volgen. Ook u kunt daar uw steentje aan bijdragen door de zwaantjes niet te voeren. U hoeft niet bang te zijn dat de zwanen tekort komen: vrijwilligers zorgen ervoor dat de dieren regelmatig een lekkere portie kroos, gras of zelfs een malse krop sla voorgeschoteld krijgen. Ook over het ondeugende zwaantje dat zich telkens door het hek wurmt, hoeft u zich geen zorgen te maken: hij blijft dicht in de buurt van zijn ouders en kruipt gewoon weer terug als zijn ouders hem vermanend terugroepen.

En dan van het water naar de lucht: de jonge ooievaars zijn inmiddels zo hard gegroeid dat de meeste hun eerste vlucht al hebben ondernomen! Kleintjes worden groot en zeker bij ooievaars gaat dat erg snel. Ze zijn al bijna net zo groot als hun ouders en zijn nauwelijks meer van hun ouders te onderscheiden. U kunt de jongen nog wel herkennen aan hun grijzige snavel. De eerste vliegpogingen van de ooievaarsjongen waren een nogal koddig gezicht: al slaand met hun vleugels hupten ze met grote sprongen op hun nest op en neer.

Foto’s: Thomas van Dam (@natuurfotos_van_dam)

Het slaan van de vleugels is een ware training voor de borstspieren (de sportschool is er niets bij!). Dat is ook wel nodig; aan het einde van de zomer moeten de jongen klaar zijn voor de verre reis naar het zuiden. De ouders bereiden hun jongen goed voor: ze gaan nu nog mee op jacht om de ‘kleintjes’ te leren hoe ze een eigen prooi kunnen vangen. Nu het luchtverkeer zo rustig is, zijn de rondzwevende jonge ooievaars u vast weleens opgevallen. Geniet nog maar even van de dieren voor ze weer vertrekken!

Elke maand vindt u op deze plaats een prijsvraag, quiz of fotowedstrijd. Deze keer een prijsvraag!

“Wat zou u aan het ooievaarsstation willen veranderen, zodat u nog meer plezier beleeft aan uw bezoek aan het ooievaarsstation?”

Stuur uw idee vóór 15 augustus naar info@ooievaarszegveld.nl. Het mooiste idee wint deze mooie ooievaarsknuffelsleutelhanger.

De juiste antwoorden van de quiz van vorige maand zijn: 1C, 2D, 3D. De Zegveldse Vladlena had de meeste juiste antwoorden en wint de cd!

Volgende maand kunt u op deze plaats weer een nieuw verhaal lezen, rechtstreeks uit het ooievaarsdorp. Het thema volgende keer: ‘Een vreemde eend in de bijt’. Tot dan!

18-06-2020 door Daniël van Draanen

Nieuwe buren

Het ooievaarsdorp in Zegveld is weer een aantal bewoners rijker! De bewoning van het station was al divers: aan de voet van de paalnesten van de ooievaars bevolkten al langer roodhalsganzen, kuifeenden, bergeenden en magelhaenganzen het terrein. In het hok bij de brug zwemmen de bekende zwarte zwanen heen en weer, en in de volière scharrelen de kippen lustig rond. Zoals u misschien wel weet, is deze variëteit mede te danken aan de Zegveldse konijnen & pluimveevereniging ‘Kleinveeteelt’: zij zijn nauw betrokken bij het beheer van het ooievaarsstation.

Op 19 april stopte er een auto voor het ooievaarsdorp. De deuren van de auto zwaaiden open en zes nieuwe bewoners werden naar buiten getild. Naast twee nieuwe zwarte zwanen arriveerden er twee koppels van een nieuwe diersoort in het ooievaarsdorp: een warm welkom voor de zwarthalszwanen!

Foto: Thomas van Dam (@natuurfotos_van_dam)

Tijd om wat nader kennis te maken met deze nieuwelingen. Goede kans dat u ze nog nooit eerder heeft gezien. Zwarthalszwanen komen namelijk oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en in Nederland zijn ze alleen in gevangenschap te vinden. Hoe ze aan hun naam komen is niet moeilijk te raden: zowel hun kop als hun nek zijn prachtig diepzwart van kleur. Dankzij een klein streepje wit op de kop zijn de ogen goed te zien. Een rode knobbel siert de bovenkant van hun blauwgrijze snavel. Die komt goed van pas tijdens het broedseizoen: dan zwelt de knobbel op om de aandacht van het andere geslacht te trekken (en u snapt vast dat dit de kans op kleintjes groter maakt). Mannetjes en vrouwtjes zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, behalve dan dat vrouwtjes kleiner en slanker zijn dan de mannetjes.

Foto: Thomas van Dam (@natuurfotos_van_dam)

Wat tongval betreft, klinken zwarthalszwanen duidelijk anders dan hun buren, de zwarte zwanen. Ze maken zachte, melodieuze fluittonen die op het geluid van een panfluit lijken. Mensen die in de buurt van het ooievaarsdorp wonen en het raam open hebben staan, kunnen dit vast beamen. Heeft u dit voorrecht niet, kom dan gerust een keer langs om het geluid met eigen oren te horen. En mocht u pech hebben met de spraakzaamheid van de zwanen, hebben we speciaal voor u een geluidsfragment:

Hopelijk voelen de twee nieuwe zwarthalszwanenkoppels zich snel thuis in het Zegveldse ooievaarsdorp. Voor het koppel in het hok vlakbij de brug is het nog even wennen met hun zwarte zwanenbuurman: die komt nog weleens met een dreigend naar achter gebogen nek en  imponerend vleugelgeklapper naar de afrastering gezwommen. Erg kwalijk kunnen ze hem dat niet nemen: de zwarte zwanen zijn namelijk in verwachting en het mannetje verdedigt zijn vrouwtje en de eieren met hand en tand (of beter: met vleugel en snavel). Het contact wordt vast beter als de zwaantjes straks geboren zijn. Zeker weten dat de zwarthalszwanen voorin de rij staan om de babyzwanen van dichtbij te bekijken!

Elke maand vindt u op deze plaats een prijsvraag, quiz of fotowedstrijd. Deze keer: een quiz! Stuur uw antwoorden vóór 18 juli naar info@ooievaarszegveld.nl of doe ze door de brievenbus bij Dorpsstraat 8. Onder de juiste inzendingen verloten we een cd van Tchaikovsky met daarop o.a. het Zwanenmeer (DECCA).

  1. Het koppel zwarthalszwanen vlakbij de brug bestaat uit:
    1. Een mannetje en een vrouwtje
    2. Twee mannetjes
    3. Twee vrouwtjes
  2. Hoeveel nekwervels hebben zwarthalszwanen?
    1. 11-12
    2. 13-16
    3. 17-23
    4. 24-25
    5. 26-29
  3. Wat is de Latijnse naam van de zwarthalszwaan?
    1. Cygnus atratus
    2. Cygnus aureus
    3. Cygnus buccinator
    4. Cygnus melancoryphus
    5. Cygnus olor

Volgende maand kunt u op deze plaats weer een nieuw verhaal lezen, rechtstreeks uit het ooievaarsdorp. Het thema volgende keer: ‘een vreemde eend in de bijt…’ Tot de volgende keer!

16-05-2020 door Daniël van Draanen

Beschuit met muisjes

Tijd voor beschuit met muisjes! Naast de Zegveldse gezinnen die deze maand zijn verblijd met de geboorte van een baby, hebben ook vijf ooievaarsstelletjes op de Dorpsstraat iets te vieren.

In maart was het paarseizoen nog in volle gang op het ooievaarsstation. Grote kans dat u het verleidelijke klepperen weleens heeft gehoord, en misschien was u zelfs getuige van het moment suprême… Dat heeft de ooievaarsstelletjes geen windeieren gelegd. Een maand later, in april, lagen de eerste eieren in het nest en toen het laatste vrouwtje uitgelegd was, stond de teller zelfs op 22 stuks.

De ooievaars hielden zich, net als veel andere vogels, dus niet aan het gezegde ‘In mei leggen alle vogels een ei’. Dat spreekwoord kan de prullenbak in. De laatste tijd is het al vroeg in het jaar warm en er is dan al genoeg te eten. Daardoor leggen vogels steeds vaker eieren in april, of zelfs al eind maart. Tijd voor een nieuw spreekwoord dus (ook voor in de biologieles op school). Heeft u een goed idee?

33 dagen lang lagen de eieren in een zacht bedje van gras dat door de ouders liefdevol in het nest was geschikt. Zowel vader- als moederooievaar hielden in die tijd de eieren warm, in shifts van zo’n 3 uur. Het resultaat mocht er wezen: eind april tikten de eerste kuikens met hun eitand de eierschaal kapot en kropen ze uit het ei. De andere kuikens kwamen al snel daarna. In onderstaand filmpje ziet u zo’n donzige kuikenschare.

Komt gerust eens kijken bij deze kleine nieuwe dorpsbewoners! Op het picknickbankje vindt u nog wat extra foto’s op een A4 ‘geboortekaartje’. U kunt zien hoe de kuikens de eerste hapjes van hun ouders krijgen; misschien wel een muisje zonder beschuit… Veel eten is belangrijk, want aan het einde van de zomer moeten ze alweer sterk genoeg zijn voor een lang reis naar Spanje (of nog verder) om daar te overwinteren. De ouders volgen zo’n maand later, hoewel de oudste generatie lekker thuis blijft in Zegveld.

Begin juli kunt u de eerste jonge ooievaars waarschijnlijk al zien rondvliegen, dan zijn hun slagpennen en spieren sterk genoeg. De jongen zijn te herkennen de snavel die nog niet oranje is, maar nog een beetje grijzig. Wie weet tot ziens!

Elke maand vindt u op deze plaats een prijsvraag, quiz of fotowedstrijd. Deze keer: zet de ooievaarsjongen op de foto! Stuur uw mooiste foto vóór 13 juni naar info@ooievaarszegveld.nl; de mooiste foto plaatsen we op onze website met uw of jouw naam erbij.

Volgende maand kunt u op deze plaats weer een nieuw verhaal lezen, rechtstreeks uit het ooievaarsdorp. Om al een tipje van de sluier op te lichten: het thema is ‘Nieuwe bewoners’… Tot de volgende keer!

21-06-2018 door Martijn Beukers

Aantal eieren en jongen
Op 29 april hebben we de eieren geteld op de 10 nesten op en naast het Ooievaarsbuitenstation. We hebben 40 eieren geteld en ook hebben we gezien dat de eerste jongen zijn geboren.
Van de 40 eieren zijn er uiteindelijk 18 jongen groot geworden.
Op 21 juni zijn de jongen voorzien van een ring.

Nest 10 met de eerste jongen.