Geschiedenis van de ooievaars in Nederland.
Over de aantallen ooievaars is vanaf 1913 een telling gemaakt
In dat jaar doorkruiste Jan P. Strijbos met zijn broer per fiets heel
Nederland en zij telden toen 500 bewoonde nesten.
In 1930 waren er nog maar 200 bewoonde nesten.
In 1939 leek het weer wat beter te gaan met 374 paar in Nederland.
Maar in 1950 was dit aantal gedaald tot 95 paar.
In 1972 werden in Nederland nog maar 16 paren geteld.
De oorzaken van deze sterke achteruitgang moeten vooral gezocht worden in de
grootschalige ruilverkaveling die in het midden van de 20e eeuw het
uiterlijk van het platteland sterk veranderde en daarmee verdwenen vele
geschikte leefgebieden van de ooievaar.
Het op grote schaal toepassen van bestrijdingsmiddelen en de vele
hoogspanningskabels versterkten de negatieve ontwikkeling, zodat de neerwaartse
spiraal niet te keren leek.
Gelukkig is in 1969 op initiatief van de Vogelbescherming Nederland een
herintroductieprogramma van start gegaan om de ooievaars voor Nederland te
behouden.
Het eerste decennium ( de jaren 70) lag de nadruk van dit programma op de
opbouw van de populatie door middel van het fokken van ooievaars in het
ooievaarsdorp “Het Liesveld”.
In het tweede decennium ( de jaren 80) lag de nadruk op het uitzetten van de
vogels middels de zogenaamde buitenstations die verspreid over het land werden
opgezet.
In het derde decennium ( de jaren 90) is langzamerhand het aantal ooievaars
uit het diepe dal gekropen en er zijn weer meer dan 1000 ooievaars in
Nederland.
We hebben de ooievaar terug!!
Er zijn nu meer dan 350 broedparen in Nederland, waarvan een groot deel in de
buurt van één van de buitenstations.
Maar wat nog belangrijker is: er zijn ook al weer 100 paren die zich ergens
in Nederland vestigen zonder dat er een buitenstation in de buurt is.
| Dekbuitenstationsvvindtuuiin: |
| Groot Ammers |
| Herwijnen |
| Eernewoude |
| Zegveld |
| De Wijk |
| Gorssel |
| Haastrecht |
| Spanga |
| Ommeren |
| Alphen aan de Rijn |
| Alkmarijp |
|
Rossum |
|
|
|
Geraadpleegde bron: “De zweefvlieger van het platteland” van H. Folkertsma. |